Wat is het verschil tussen RVO, ZonMw en fondsen? (en wanneer kies je wat)

Als organisaties met subsidie aan de slag willen, begint het vaak op dezelfde manier. Er wordt gezocht naar regelingen, er worden lijstjes gemaakt en al snel ontstaat de vraag: welke subsidie kunnen we aanvragen? Maar in de praktijk werkt het vaak niet zo.

De vraag die je eigenlijk eerst moet stellen is niet welke subsidie er is, maar welk probleem je probeert op te lossen en in welke fase je als organisatie zit. Het verschil tussen de bekendste subsidieverstrekkers binnen de zorg, zoals de RVO, ZonMw en fondsen zit namelijk veel minder in de regeling zelf dan in het vraagstuk waarvoor ze bedoeld zijn. We leggen het hieronder voor je uit


RVO

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (de RVO) richt zich binnen het type subsidies die zij verstrekken vooral op organisaties die een duidelijke stap willen zetten. Dit zijn trajecten waarbij al vrij goed in beeld is waar het misgaat en wat er beter kan. Denk bijvoorbeeld aan organisaties die werken met meerdere systemen en merken dat dit leidt tot dubbele registratie, fouten en tijdverlies.

In zo’n situatie is de vraag vaak niet meer óf er iets moet veranderen, maar hoe je dat goed organiseert en uitvoert. Subsidies zoals de STOZ-regeling sluiten daarop aan. Ze helpen om processen opnieuw in te richten, systemen beter te laten aansluiten en daadwerkelijk stappen te zetten richting een meer geïntegreerde manier van werken. Het vitale onderdeel in zo’n regeling vanuit de RVO zit hem dan ook meer in het onderliggende verandermanagement dan in de bekostiging van de systeemverandering zelf.

Hetzelfde zie je bij vraagstukken rondom urenregistratie en planning. Als die niet goed op elkaar aansluiten, ontstaan er fouten in declaraties en extra controlewerk achteraf. Ook dat zijn typisch trajecten waar RVO-regelingen voor bedoeld zijn: concreet verbeteren en implementeren met een gedragen verander- en of implementatieplan. RVO past dus bij organisaties die al een richting hebben. Die weten waar het schuurt, en die klaar zijn om van analyse naar uitvoering te gaan.


ZonMw

ZonMw zit eigenlijk een stap eerder in het proces. Hier gaat het niet om het implementeren van een oplossing, maar om het onderzoeken van wat werkt. Veel organisaties voelen bijvoorbeeld dat de administratieve lasten te hoog zijn, maar hebben nog niet scherp waar precies de grootste winst zit. Of ze willen een nieuwe manier van werken verkennen, zoals hybride zorg of een andere inrichting van behandelprocessen, maar weten nog niet wat de beste aanpak is.

In dat soort situaties biedt ZonMw ruimte om te experimenteren, te leren en te ontwikkelen. ZonMw is dan ook geen subsidieverstrekker zoals RVO, maar een organisatie die zich richt op het verbeteren en vernieuwen van zorg en welzijn via onderzoek en innovatie. Ze werken in opdracht van ministeries en zetten programma’s op rondom maatschappelijke vraagstukken, passende zorg en samenwerking. Dat kan in de vorm van pilots, onderzoeksprojecten of samenwerkingen met andere organisaties. De nadruk ligt op het opdoen van (vernieuwend) inzicht en het onderbouwen van keuzes.

ZonMw past dus bij organisaties die nog niet alles uitgekristalliseerd hebben. Die weten dat er iets moet veranderen, maar eerst onderzoek kunnen opzetten naar wat werkt. Meestal gaat het ook niet om een grootschalige implementatie. Waar subsidies vanuit de RVO helpen om iets uit te voeren, helpt ZonMw om eerst het onderzoek uit te voeren om de juiste keuze te maken.


Fondsen

Naast RVO en ZonMw zijn er veel fondsen actief in de zorg. Die spelen een andere rol. Waar de eerste twee vaak grotere en meer gestructureerde trajecten ondersteunen, zijn fondsen juist geschikt voor kleinere, concretere initiatieven of als aanvulling op bestaande plannen. Maar wat vaak wordt onderschat, is hoe groot deze wereld eigenlijk is.

In Nederland zijn duizenden vermogensfondsen actief, de bekendste zijn bijvoorbeeld het Oranje Fonds, maar ook de VriendenLoterij. Gezamenlijk beschikken de vermogensfondsen over miljarden aan vermogen. Jaarlijks keren zij een deel daarvan uit aan maatschappelijke initiatieven. Dat betekent dat er ieder jaar opnieuw een groot budget beschikbaar is voor projecten op het gebied van onder andere zorg, welzijn, onderwijs en maatschappelijke ontwikkeling.

Zorg en welzijn is daarin slechts één van de thema’s. Fondsen richten zich namelijk ook op onderwerpen zoals natuur en onderwijs. Dat maakt het landschap breed, maar ook minder overzichtelijk. De kracht van fondsen zit hem tegelijkertijd in de flexibiliteit. Ze zijn vaak minder strak in regels en kunnen sneller ingezet worden. Fondsen passen dus bij situaties waarin je iets mogelijk wilt maken dat anders blijft liggen, of waarin je een bestaand traject wilt versterken.

In de praktijk zien we dat organisaties vooral kijken naar regelingen van RVO of ZonMw, en fondsen minder snel meenemen. Dat is zonde. Nederlandse non-profitorganisaties met een goed projectidee kunnen bovendien vaak bij meerdere fondsen tegelijk aankloppen. Juist daardoor zit de uitdaging niet alleen in het vinden van een fonds, maar in het maken van de juiste match tussen jouw project en het fonds dat daarbij past.


De verschillen

Als je het verschil terugbrengt, gaat het eigenlijk niet over organisaties of regelingen, maar over de fase waarin je zit.

Er zijn grofweg drie situaties:

  • Je weet wat er moet gebeuren en wilt verbeteren.

  • Je bent nog aan het onderzoeken wat werkt.

  • Of je hebt iets kleins of aanvullends nodig om verder te komen.

Afhankelijk daarvan kom je uit bij subsidies van bijvoorbeeld RVO of ZonMw of fondsen.

Wat we in de praktijk vaak zien, is dat organisaties beginnen bij de subsidie in plaats van bij hun eigen vraagstuk. Dat leidt tot aanvragen die niet goed passen, projecten die te groot of te klein zijn, of trajecten die uiteindelijk weinig opleveren.

Bijvoorbeeld: een organisatie die nog niet scherp heeft waar het probleem zit, maar toch een implementatiesubsidie aanvraagt. Of juist een organisatie die al precies weet wat er moet gebeuren, maar blijft hangen in onderzoek. In beide gevallen gaat het mis, niet door de subsidie zelf, maar doordat de keuze niet aansluit bij de fase.

Wanneer kies je wat?

De juiste start ligt altijd bij je eigen praktijk. Waar verlies je tijd? Waar ontstaan fouten? Waar ontbreekt overzicht? Dat kan zitten in iets als een overzicht dat niet klopt, budgetten die lastig te volgen zijn, of urenregistratie die niet aansluit op de planning. Pas als dat scherp is, kun je bepalen wat voor soort stap nodig is.

Moet je verbeteren en implementeren? Dan kom je uit bij RVO.
Moet je eerst onderzoeken en ontwikkelen? Dan past ZonMw beter.
Of heb je iets kleins of aanvullends nodig? Dan zijn fondsen vaak de juiste route.

Subsidie is geen oplossing op zich. Het is een middel om een probleem aan te pakken. Het verschil tussen RVO, ZonMw en fondsen helpt je vooral om één vraag te beantwoorden: Wat voor soort stap moeten wij als organisatie zetten? En dat is uiteindelijk bepalend voor of subsidie echt iets oplevert of alleen maar extra werk wordt.

In de praktijk zien we dat juist dit startpunt vaak wordt overgeslagen. Er wordt gekeken naar regelingen, terwijl de onderliggende vraag nog niet scherp is. Terwijl daar juist de sleutel ligt: het goed begrijpen van je eigen processen, knelpunten en doelen. Daarom begint een sterke subsidieaanpak niet bij de aanvraag, maar bij het vraagstuk. Wat speelt er echt? Waar zit de grootste winst? En in welke fase bevindt de organisatie zich?

Als subsidieadviesbureau denken wij in die startfase actief mee. Niet alleen om de juiste regeling te vinden, maar juist om samen te bepalen welke stap logisch en haalbaar is, en hoe subsidie daarin ondersteunend kan zijn. Op die manier wordt subsidie geen los traject, maar onderdeel van een bredere, strategische ontwikkeling van de organisatie.

Next
Next

Subsidieaanvraag voorbereiden in 7 stappen